De uitvinder van onze methode, Masutatsu Oyama, werd op 27-7-1923 in de buurt van Seoul in Zuid-Korea geboren. Op 9-jarige leeftijd studeerde hij reeds het Chinese Kempo. Op 12-jarige leeftijd ging hij in Japan wonen en liet hij zich inschrijven aan de Takushoku universiteit. Nadat hij het Judo had aangeleerd werd hij leerling van niemand minder dan Gichin Funakoshi zelf; hij maakte zo snel vooruitgang dat hij op 17-jarige leeftijd de 2de dan, en op 24-jarige leeftijd de 4de dan behaalde. Tijdens de oorlog werd hij ingelijfd in het leger. Na de oorlog in 1947 won hij het 1e All Japan Karate Championship.

In de 50-er en 60-er jaren reisde hij naar Amerika en vocht er met professionele worstelaars, boksers en al die hem uitdaagden en bleef steeds ongeslagen. In totaal 270 uitdagers welke hij allen versloeg. Nooit heeft een gevecht langer geduurd dan 3 minuten. Hier kreeg hij de bijnaam “THE GODHAND”. Tijdens deze rondreizen introduceerde hij eveneens het breken van stenen, flessen, honkbalknuppels en de 100-man kumite. Het was zijn roeping om de wereld te laten zien welke kracht eenieder, die de weg van het budo volgt, kan bezitten.

Hij besloot de rest van zijn leven te besteden aan de verspreiding van zijn kennis over karate, en leefde de volgende jaren, volledig afgezonderd van de maatschappij, in tempels en in de bergen (op de berg Chiba). Hij onderwierp zichzelf aan de fysieke ontberingen die eigen zijn aan de krijgskunde, hij trainde dag en nacht en mediteerde over de Zen-leer, op zoek naar rationeel inzicht. Tijdens deze uiter­mate harde periode van strakke discipline vocht hij met wilde dieren, beukte hij met zijn blote handen in op bomen en rotsen, en mediteerde hij onder ijskoude watervallen etc. ’s Avonds hield hij zich bezig met het schilderen bij kaarslicht of bespeelde hij de Japanse fluit. In 1961 keerde hij naar de beschaafde wereld terug en richtte zijn eerste training zaal op. Aangezien zijn kunde sensatio­nele vormen aannam werd zijn faam snel verspreid, hij had o.a. een stier gedood met zijn blote handen! Na zijn vele succesvolle rond­reizen, tijdens dewelke hij zijn vaardigheden demonstreerde, werden overal ter wereld oefenzalen opgericht. In 1965 werd het nu vijf verdiepingen tellende gebouw - Honbu - geopend.

Het Kyokushin was geboren!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

De uitvinder van onze methode, Masutatsu Oyama, werd op 27-7-1923 in de buurt van Seoul in Zuid-Korea geboren. Op 9-jarige leeftijd studeerde hij reeds het Chinese Kempo. Op 12-jarige leeftijd ging hij in Japan wonen en liet hij zich inschrijven aan de Takushoku universiteit. Nadat hij het Judo had aangeleerd werd hij leerling van niemand minder dan Gichin Funakoshi zelf; hij maakte zo snel vooruitgang dat hij op 17-jarige leeftijd de 2de dan, en op 24-jarige leeftijd de 4de dan behaalde. Tijdens de oorlog werd hij ingelijfd in het leger. Na de oorlog in 1947 won hij het 1e All Japan Karate Championship.

In de 50-er en 60-er jaren reisde hij naar Amerika en vocht er met professionele worstelaars, boksers en al die hem uitdaagden en bleef steeds ongeslagen. In totaal 270 uitdagers welke hij allen versloeg. Nooit heeft een gevecht langer geduurd dan 3 minuten. Hier kreeg hij de bijnaam “THE GODHAND”. Tijdens deze rondreizen introduceerde hij eveneens het breken van stenen, flessen, honkbalknuppels en de 100-man kumite. Het was zijn roeping om de wereld te laten zien welke kracht eenieder, die de weg van het budo volgt, kan bezitten.

Hij besloot de rest van zijn leven te besteden aan de verspreiding van zijn kennis over karate, en leefde de volgende jaren, volledig afgezonderd van de maatschappij, in tempels en in de bergen (op de berg Chiba). Hij onderwierp zichzelf aan de fysieke ontberingen die eigen zijn aan de krijgskunde, hij trainde dag en nacht en mediteerde over de Zen-leer, op zoek naar rationeel inzicht. Tijdens deze uiter­mate harde periode van strakke discipline vocht hij met wilde dieren, beukte hij met zijn blote handen in op bomen en rotsen, en mediteerde hij onder ijskoude watervallen etc. ’s Avonds hield hij zich bezig met het schilderen bij kaarslicht of bespeelde hij de Japanse fluit. In 1961 keerde hij naar de beschaafde wereld terug en richtte zijn eerste training zaal op. Aangezien zijn kunde sensatio­nele vormen aannam werd zijn faam snel verspreid, hij had o.a. een stier gedood met zijn blote handen! Na zijn vele succesvolle rond­reizen, tijdens dewelke hij zijn vaardigheden demonstreerde, werden overal ter wereld oefenzalen opgericht. In 1965 werd het nu vijf verdiepingen tellende gebouw - Honbu - geopend.

Het Kyokushin was geboren!